In 2023 hadden naar schatting 53.000 Noord-Brabantse huishoudens te maken met energiearmoede. Deze TNO-publicatie laat echter zien dat het niet alleen gaat om het aantal getroffen gezinnen, maar biedt ook inzicht in hoe diep zij in de energiearmoede zitten.
Stedelijkheid maakt het verschil
Het onderzoek toont opvallende verschillen tussen stedelijke en niet-stedelijke gebieden. In stedelijke gemeenten wonen weliswaar meer huishoudens met energiearmoede, maar de gemiddelde energiearmoedekloof per huishouden is daar juist lager. Paradoxaal genoeg hebben huishoudens in minder stedelijke gemeenten een diepere energiearmoedekloof – zij hebben gemiddeld meer geld nodig om uit de energiearmoede te komen.
Woningtype en eigendom cruciaal
De TNO-analyse maakt ook duidelijk dat woningtype en eigendomssituatie bepalend zijn. Huurders en bewoners van woningen met een lagere energetische kwaliteit (WOZ-waarde onder €350.000) ervaren de zwaarste energiearmoedekloof.
Nieuw gereedschap voor lokaal beleid
Deze factsheet biedt gemeenten een verfijnder instrument dan alleen het tellen van huishoudens in energiearmoede. De methode helpt bij het ontwikkelen van doelgerichtere interventies door niet alleen te kijken naar waar energiearmoede voorkomt, maar ook naar hoe groot de financiële kloof is die gedicht moet worden.
Het volledige TNO-factsheet 'Energiearmoedekloof en woningtype Noord-Brabant' bevat gedetailleerde analyses per gemeente en RES-regio, inclusief visualisaties en concrete aanbevelingen voor lokaal beleid.