Praktijkvoorbeeld: Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)

Sander Barendregt
5 keer bekeken 0 reacties

Meer prioriteit geven aan de energietransitie. Dat stond letterlijk in het energieakkoord van 2013. Inmiddels is er veel wet- en regelgeving gekomen om energiebesparende maatregelen te nemen. Ook voor bedrijven die veel energie verbruiken.

Energiebesparing

Verduurzamen industrie/bedrijven

Of zoekt u

Communicatie

Aan welke eisen moeten bedrijven voldoen en hoe wordt hier toezicht op gehouden? Leo van den Akker van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) houdt zich hier dagelijks mee bezig. ‘Energie kreeg niet altijd de hoogste prioriteit, maar gelukkig is daar nu verandering in gekomen’.

 

Kan je vertellen wat jouw rol is en wat je exact doet?

‘Eigenlijk zit ik met twee benen in de energiebesparing. Ik werk bij de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) van waaruit ik projectleider ben voor Brabant Woont Slim. Dit is een energieloket voor de inwoners van 9 gemeenten in Noordoost Brabant. Hier helpen wij eigenaren van koopwoningen met welke stappen zij kunnen zetten richting energiebesparing. En met het andere been zit ik als projectleider in het toezicht op de naleving van energiebesparingsverplichtingen bij bedrijven.’

 

Kan je mij meer over deze regelgeving op energiebesparing bij bedrijven vertellen?

‘Deze wetgeving bestaat al sinds de begin jaren 90. Sindsdien moeten bedrijven die meer energie verbruiken dan de grenswaarde, alle energiebesparende maatregelen treffen die zich binnen vijf jaar terugverdienen. De ODBN is de uitvoeringsdienst die  in opdracht van gemeenten en provincie toeziet op de naleving van die verplichting.’

 

‘In eerste instantie had dit geen hoge prioriteit en gaventoezichthouders en bedrijfsleven er te weinig invulling aan. Sinds het energieakkoord in 2013 is dat gelukkig aan het veranderen. Hierin stond letterlijk dat bevoegde gezagen hier meer prioriteit aan moesten geven. Sindsdien is de aandacht voor het onderwerp gegroeid en zijn er subsidieregelingen beschikbaar gesteld. Alles om de opdracht en uitvoering naar een hoger niveau te tillen.’

 

Hoe gaat het toezicht houden op bedrijven exact in zijn werk? Gaan jullie met een bedrijf om tafel zitten om energiebesparende maatregelen te bespreken?

‘Vanuit andere milieu wet- en regelgeving controleren we al heel veel bedrijven op milieurisico’s. Energie was onderdeel van deze controles, alleen merkten wij dat het niet de hoogste prioriteit kreeg, omdat er in een controle ook veel andere zaken om aandacht vragen. Bovendien controleren we veel bedrijven helemaal niet, omdat de milieurisico’s daar heel beperkt zijn. Denk aan kantoren, zorginstellingen, detailhandel, etc. Terwijl ook daar nog heel veel besparing mogelijk is. Daarom hebben we besloten het los van elkaar te trekken en aparte energiecontroles te doen.’

 

‘We zijn toen gaan rekenen hoeveel wij kunnen bijdragen aan de RES-doelstellingen als we bij alle bedrijven toezien op naleving van de besparingsverplichtingen. Uit dat rekensommetje kwam naar voren dat wij zo’n 20% aan deze doelstelling kunnen bijdragen. Dit voorstel hebben wij aan verschillende gemeenten voorgelegd en doorberekend wat het zou gaan kosten. Een vijftal gemeenten heeft hier positief op gereageerd en voor hen gaan we het energietoezicht nu intensiveren.’

 

Hoe hebben jullie de deelnemende gemeenten zo enthousiast weten te krijgen, dat ze besloten hebben om deel te nemen?

‘We hebben dit niet alleen gepresenteerd aan onze eigen contacten in het werkveld vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) maar ook gepresenteerd aan de RES. Vanuit het perspectief van de RES is energietoezicht één van de meest concrete en effectieve acties die je kunt nemen en daar werd ons voorstel dan ook heel positief ontvangen. Vervolgens heeft de RES een positief advies aan de gemeenten afgegeven, waardoor het balletje harder is gaan rollen.’

 

Vervolgens mogen jullie bij deelnemende gemeenten toezicht houden op energiebesparende maatregelen. Hoe krijgen jullie uiteindelijk deze controlerende functie bij bedrijven? Moeten bedrijven hiervoor toestemming geven?

‘Nee dat hoeft niet. We hebben de wettelijke bevoegdheid om naar binnen te stappen, de boel te onderzoeken en wanneer nodig maatregelen verplichtend op te leggen. Dat is een belangrijke aanvulling op het stimuleringsbeleid van gemeenten, dat afhankelijk is van de bereidwilligheid van bedrijven. Stimulering bedient de koplopers, terwijl toezicht zich richt op achterblijvers. Een combinatie  van beide, dus van de ‘wortel’ en de ‘stok’, geeft de meest effectieve aanpak.’

 

Aan wat voor maatregelen moet ik dan denken?

‘Het toepassen van LED-verlichting is een hele duidelijke. Veel bedrijven of kantoren hebben nog TL-buizen of spaarlampen die vervangen kunnen worden door LED-verlichting. Dit verdient zich binnen 5 jaar weer terug. Maar ook het isoleren van leidingen en het toepassen van muur- en dakisolatie is een hele bekende. Dit zijn maatregelen die we eventueel direct kunnen opleggen, maar er zijn ook maatregelen die gekoppeld zijn aan een natuurlijk moment. Als bijvoorbeeld een dak nog niet zo oud is, loont het niet om alleen voor de isolatie het dak vroegtijdig te laten vervangen. Dan wordt de verplichting om het dak te isoleren gekoppeld aan het moment dat het dak wordt vervangen.’

 

‘Voor vrijwel iedere branche zijn lijsten met Erkende Maatregelen (EML) opgesteld, welke bedrijven gewoon kunnen inzien. Dit zijn maatregelen die zich aantoonbaar binnen 5 jaar terugverdienen. Wij controleren in essentie of bedrijven deze maatregelen hebben uitgevoerd. Bedrijven kunnen dus ook al op eigen initiatief energiebesparende maatregelen nemen, voordat wij op bezoek komen.’

 

“Er zijn bijna overal wel maatregelen te treffen waar wij komen”

 

Hebben jullie naast het toezicht ook nog een adviserende rol naar bedrijven?

‘Wij houden in essentie toezicht op naleving van de wettelijke taken. Maar we informeren bedrijven ook over niet verplichte maatregelen en stimuleringsregelingen, want we zijn er dan toch. Dus alles wat ons opvalt of alle informatie die we hebben over stimuleringsmogelijkheden, subsidies, financiering en fiscale regelingen bespreken we met het bedrijf.

 

Wat gebeurt er als blijkt dat een bedrijf niet de verplichte maatregelen treft?

Voor het treffen van de verplichte maatregelen stellen we een termijn vast. Meestal is dat 3 maanden. Uiteindelijk controleren we dit ook weer via een hercontrole.’ Wanneer het bedrijf dan nog geen maatregelen heeft getroffen, kan dat uiteindelijk leiden tot een dwangsom. In de praktijk komt het zelden zo ver, het bedrijf heeft er zelf ook alle belang bij om de maatregelen te treffen.’

 

Interessant, ik wist niet dat een bedrijf verplicht is om aan deze oplegde maatregelen te voldoen

‘Ja, en dat is ook een deel van het probleem. Bij veel bedrijven is de verplichting niet bekend, maar ze hebben ook geen zicht op de besparingsmogelijkheden. Daarom zijn bijna overal wel maatregelen te treffen waar wij komen. De naleving is wel verbeterd, omdat er sinds 2019 een informatieplicht geldt. Deze regelgeving verplicht het bedrijf om informatie aan de overheid te leveren van in hoeverre zij de wettelijke verplichte maatregelen al hebben getroffen. Dit heeft de bewustwording bij bedrijven  vergroot, waardoor zij zelf ook al aan de slag zijn gegaan om maatregelen te treffen.’

 

Oke, dus jullie zien wel dat bedrijven er meer mee bezig zijn en het zelfstandig oppakken?

‘Ja, maar er komt ook steeds meer nieuwe wet- en regelgeving. Zoals het verplichten van een energielabel C voor kantoren vanaf 2023. Ook komt er een verplichting voor bedrijven om zelf energie op te wekken. Enerzijds zie je dus dat het nalevingsgedrag van bedrijven beter wordt, maar de lat wordt ook steeds hoger gelegd.’

 

Het lijkt mij lastig om bedrijven die in huurpanden zijn gevestigd enthousiast te krijgen. Hoe gaan jullie daar mee om?

‘Dat is inderdaad lastig. Er is daar sprake van de zogenoemde ‘split incentive’: de eigenaar moet investeren in de maatregelen, terwijl de huurder bespaart op de energierekening. Op dit moment is het zo dat de huurder verantwoordelijk is voor het uitvoeren van de maatregelen. De huurder moet dan met de eigenaar van het pand in gesprek om deze maatregelen te realiseren. Mocht dat weinig baat hebben, kunnen wij ook de eigenaar van het pand erop aanspreken.’

 

“Het is lastig om maatregelen op te leggen als een bedrijf niet weet of ze volgend jaar überhaupt nog wel bestaan”

 

Is dit een grote uitdaging voor jullie, bedrijven die in huurpanden zijn gevestigd?

‘De huurpanden zijn inderdaad een uitdaging. Maar we zien ook bedrijven die onzekerheid hebben over de toekomst. Ze staat er financieel niet goed voor of er zijn verhuis- of overnameplannen. Het is lastig om maatregelen op te leggen als een bedrijf niet weet of ze volgend jaar überhaupt nog wel bestaan. Op dit moment is bijvoorbeeld veel gaande in de veehouderij. Als toezichthouder hou je daar rekening mee maar uiteindelijk moet wel iedereen aan dezelfde eisen voldoen. Dat zijn best lastige afwegingen die je als toezichthouder moet maken, maar dat maakt het vak ook zo uitdagend en interessant. Het is veel meer dan het afvinken van een checklist.’

 

Hoe gaan jullie daarmee om?

‘Vooraf maken we selecties van welke bedrijven we gaan bezoeken. Afgelopen jaren hebben wij de horeca ontzien in verband met meerdere lockdowns in de coronaperiode. Maar er moet een moment komen dat we daar wel weer naartoe gaan. Hetzelfde geldt voor de zorg.

 

Ervaren jullie bij deze sectoren ook meer weerstand?

‘Over het algemeen valt de weerstand erg mee. Het verdient zich natuurlijk zelf terug. Sommige bedrijven vinden het zelfs fijn als we langskomen. Het geeft hen een natuurlijk moment om de boel op orde te maken en soms zelf verder te gaan dan alleen het wettelijke minimum. Het besparen op kosten en het willen  hebben van  een groen en duurzaam imago spelen daarin ook zeker een rol.’

 

Wat is jullie verwachting voor de toekomst?

‘Als je naar de opgave van de gehele energietransitie kijkt, dan ligt het erg voor de hand dat er nog veel aankomt in de komende jaren. In 2023 wordt bijvoorbeeld de Omgevingswet van kracht en wordt het energielabel C voor kantoren verplicht.’ 

 

Kunnen bedrijven daar in de toekomst nog aan voldoen?

‘De komst van nieuwe regelgeving leidt ook tot versnippering. Het is  voor zowel bedrijven als ook voor ons steeds lastiger de ontwikkelingen te volgen. Voor de bedrijven is de wetchecker energiebesparing een handig hulpmiddel om te zien welke wetgeving op hen van toepassing is. Zelf hebben wij korte lijntjes met de landelijke overheid om ons voor te bereiden op alles wat komen gaat. Maar ontwikkelingen volgen elkaar in een snel tempo op en de lat wordt steeds hoger gelegd. Gezien de uitdagingen die we hebben met het klimaat, de problematiek in Groningen en nu de situatie met Rusland en Oekraïne is dat ook niet meer dan logisch. Van iedereen wordt hierin een bijdrage verwacht.

Publicatiedatum: 22-06-2022

Afbeeldingen

Waarderen

0 (0 waarderingen)

Over Energiewerkplaats Brabant

De energiewerkplaats is een platform voor professionals betrokken bij de energietransitie in Noord-Brabant. Niet alleen op provinciaal niveau, maar ook op regionaal en lokaal niveau. Een platform om samen te werken, elkaar te vinden en van elkaar te leren.

 Volg ons op LinkedIn
 Inschrijven nieuwsbrief

 
Cookie-instellingen