FAQ: Nieuwe regels voor bodemenergiesystemen

De regels en verplichtingen gelden voor mede-overheden en voor iedereen die een open of gesloten bodemenergiesysteem wil aanleggen in de provincie Noord-Brabant.

Met de regels willen we vervuiling voorkomen van het diepere grondwater, dat gebruikt wordt voor menselijke consumptie.

Het ingaan van de regels van de omgevingsverordening is gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dat betekent dat de regels voor bodemenergiesystemen van kracht zijn op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Wanneer dat is, leest u hier.

De risico’s van bodemenergiesystemen waren al langer bekend, maar er waren geen goede juridische instrumenten om hier iets aan te doen. Met de komst van de Omgevingswet is het via de omgevingsverordening mogelijk om aanvullende regels te stellen om het grondwater te beschermen.

Het is een groot goed dat we in Brabant beschikken over een grote grondwatervoorraad van zeer goede kwaliteit om ons drinkwater uit te maken. De nieuwe regels zijn erop gericht dat ook de generaties na ons nog kunnen beschikken over dit schone water. Daarvoor is het nodig om alle grondwaterlagen te beschermen en niet alleen de zones rondom de winningen, waar het beschermingsbeleid tot nu toe vooral op was gericht. We kiezen als verantwoordelijke overheid voor het toepassen van het voorzorgprincipe: Wat schoon is schoon houden, en risico’s voor vervuiling voorkomen. Dit is ook in overeenstemming met het Europese beleid in de Kaderrichtlijn Water waarin is aangegeven dat het hele “grondwaterlichaam” beschermd moet worden.

Nee. Wij zien dat er in hoog tempo veel diepe bodemenergiesystemen geplaatst worden, waarbij de beschermende kleilaag wordt doorboord. Uit onderzoeken blijkt dat bij doorboringen de kleilaag niet altijd goed wordt afgedicht. Daarmee is onvoldoende gegarandeerd dat er géén problemen ontstaan voor de toekomst. Hoe langer we wachten, hoe meer systemen er zullen worden aangelegd en hoe groter de kans dat het schone grondwater vervuild wordt. De gemeenten zijn nu bezig met de visies voor de warmtetransitie. Op dit moment kunnen de nieuwe regels nog als randvoorwaarde meegenomen worden, later wordt dat veel moeilijker.

De diepere grondwaterlagen in Brabant stoppen niet bij gemeentegrenzen. Het is een algemeen bovenregionaal belang waar de provincie als grondwaterkwaliteitsbeheerder in heel Brabant verantwoordelijk voor is.

Net als NOVI en STRONG gaan de nieuwe regels over de relatie tussen beschermen en benutten. Doel is om ondergrondse activiteiten duurzaam, veilig en efficiënt te laten plaatsvinden. De opgave daarbij is het zoeken naar een goede balans tussen beschermen en benutten van grondwater voor de drinkwatervoorziening en het bieden van ruimte voor de energievoorziening. De nieuwe regels geven dus uitwerking aan de uitgangspunten van het landelijk beleid.


Bodemenergie wordt met de nieuwe regels niet uitgesloten. De regels voor open bodemenergie worden iets versoepeld. Open bodemenergiesystemen zijn overal in Brabant toepasbaar. Op veel plaatsen blijven er mogelijkheden voor gesloten (ondieper) systemen. Het verbod geldt alleen op de plekken waar de risico’s te groot zijn, namelijk de dieper gelegen grondwaterlagen.

Er komt een overgangsregeling voor die bouwprojecten die in een dermate vergevorderd stadium zijn dat er niet zonder veel vertraging of onevenredig hogere kosten overgeschakeld kan worden op een andere vorm van duurzame warmte. Het gaat alleen om situaties waarin er geen geschikte alternatieven meer op tijd in de plannen verwerkt kunnen worden. De overgangsregeling geldt tot 1 juli 2024.

In de ondergrond van Brabant vormen kleilagen natuurlijke barrières voor vervuilingen (bijvoorbeeld uit mest, bestrijdingsmiddelen en andere chemicaliën). Deze dringen in de loop van de tijd steeds dieper in de bodem door, maar worden bij kleilagen tegengehouden. Het doorboren van de kleilagen kan ervoor zorgen dat de kleilagen de vervuilingen minder goed tegenhouden, waardoor die vervuilingen in het diepere grondwater terecht kunnen komen. Het niet meer doorboren van de kleilagen is een effectieve methode om te voorkomen dat er vervuilingen onder de kleilagen terechtkomen.

De maximale boordiepte komt overeen met de bovenkant van de “beschermende kleilagen”(+ een beperkte veiligheidsmarge). Deze lagen zijn uitgekozen op basis van de meest recente gegevens over de ondergrond van Brabant. De geselecteerde kleilagen beschermen het overgrote deel van de grondwaterwinningen voor menselijke consumptie. Het betreft kleilagen die een slechte doorlatendheid hebben (dat hebben niet alle kleilagen in de ondergrond even sterk). En het gaat om kleilagen die over een groot oppervlak voorkomen.

Dat de maximale boordiepte niet overal gelijk is, heeft te maken met de variatie in de ondergrond. De lagen zijn van nature niet overal even dik en liggen niet horizontaal. Als gevolg van de breuken in de ondergrond, moesten voor verschillende delen van Brabant verschillende lagen worden gekozen.

De gekozen lagen zijn niet de enige kleilagen in de ondergrond. Ook ondieper zijn er vaak nog andere kleilagen te vinden die vervuilingen tegen kunnen houden. De landelijke regels/protocollen voor het zo goed mogelijk afdichten bij doorboringen gelden hier ook. Deze laagjes kunnen lokaal ook een grote beschermende werking hebben.

De kleilaag die het grondwater beschermt waaruit drinkwater wordt gewonnen, zit hier ondiep. Een diepere kleilaag bevindt zich beneden de drinkwaterwinning of de diepere kleilaag is niet aaneengesloten waardoor deze geen bescherming biedt.De kleilaag die het grondwater beschermt waaruit drinkwater wordt gewonnen, zit hier ondiep. Een diepere kleilaag bevindt zich beneden de drinkwaterwinning of de diepere kleilaag is niet aaneengesloten waardoor deze geen bescherming biedt.

Nee, de regels gelden alleen voor doorboringen ten behoeve van open en gesloten bodemenergiesystemen.

In de huidige situatie worden gesloten bodemenergiesystemen vaak tot maximaal 150-200 m-mv aangelegd. Met de nieuwe regels mag tot maximaal de diepte van de beschermende kleilaag worden geboord. In de huidige situatie zijn open bodemenergiesystemen gebonden aan een diepte van maximaal 80 meter. Met de nieuwe regels wordt in delen van Brabant waar de kleilaag dieper ligt dan 80 m de toegestane diepte groter. Waar dat niet het geval is, blijft de maximale diepte op 80 m. (Zie ook de folder met de nieuwe regels).

Dat klopt. De aanleg van een bodemenergiesysteem moet plaatsvinden door gecertificeerde bedrijven volgens landelijke richtlijnen en protocollen, bijvoorbeeld voor de toe te passen materialen en voor het afdichten van kleilagen. Het is in principe mogelijk goed af te dichten, maar in de praktijk blijkt dat het lang niet altijd goed gaat. De gevolgen zijn dan onomkeerbaar. Vandaar dat de provincie vanuit haar wettelijke zorgtaken voor de kwaliteit van het drinkwater (ook op de lange termijn) kiest voor het voorzorgprincipe: Het voorkomen van risico’s die onomkeerbare nadelen hebben voor toekomstige generaties.

Dat risico is voor een deel reëel, als een groter aantal systemen nodig is om voldoende warmte te kunnen winnen. De provincie is met de Omgevingsdiensten in overleg op welke manier het toezicht bij realiseren en dus bij het afdichten van de kleilagen geïntensiveerd kan worden. Systemen met meerdere ondiepere lussen zijn duurder, waardoor ook andere alternatieven die er al zijn of nu nog in ontwikkeling zijn, en collectieve systemen een re el alternatief zullen worden.

Naar verwachting kan dat niet. Vaak is ook niet bekend dat een doorboring niet goed is afgedicht. Eenmaal geplaatste systemen blijven voor altijd in de bodem achter, ook al weten we niet goed hoe de materialen zich op de lange termijn gedragen. De onomkeerbaarheid van de ingreep is een extra reden om de bescherming nu in gang te zetten.

We handelen vanuit het voorzorgprincipe. De kans op verontreiniging is klein, maar omdat het om hele grote aantallen gaat, is het risico toch reëel.

Voor alle situaties zijn als circulatievloeistof alleen puur water, monopropyleenglycol en kaliumcarbonaat toegestaan, mits geen additieven worden toegevoegd. Dit zijn van de circulatievloeistoffen die in Nederland worden toegepast de minst schadelijke.

In de huidige situatie gelden geen beperkingen voor circulatievloeistoffen.

Op dit moment is het niet verplicht om kleine open bodemenergiesystemen en gesloten bodemenergiesystemen te registreren. Voor bodemenergiesystemen is een vergunning of melding noodzakelijk waarbij rekening moet worden gehouden met al aanwezige systemen. Als systemen niet worden geregistreerd kan hiermee geen rekening worden gehouden en bestaat het risico dat systemen met elkaar interfereren waardoor minder warmte kan worden gewonnen dan noodzakelijk. Om dit te voorkomen wordt er een registratieplicht opgenomen.

Dat is zeker niet de bedoeling. Projectontwikkelaars krijgen vanaf nu de opgave mee om met voorstellen te komen waarbij doorboring van de kleilaag, anders dan voor open bodemenergiesystemen en geothermie, niet aan de orde is. Voor lopende projecten die tot 1 juli 2024 gerealiseerd worden en die aan bepaalde voorwaarden voldoen, geldt overgangsbeleid (al is het natuurlijk wel gewenst dat ook komend jaar zoveel mogelijk alternatieven worden ingezet).

Alle vormen van duurzame energie boven de kleilaag kunnen nog wel. In een aanzienlijk deel van Brabant betreft dit open en gesloten systemen tot meer dan 100 m diep. Ook waar de kleilaag ondieper ligt, kunnen vaak systemen met meerdere lussen of collectieve systemen nog wel, maar dan tot een geringere diepte. De nieuwe regels hebben geen invloed op alle overige systemen die gebruik maken van de ondiepe ondergrond, en alle mogelijkheden boven het oppervlak (zonnewarmte, lucht etc.). Ook zijn er vanuit dit beleid geen beperkingen voor geothermie. De provincie heeft onderzoek laten doen naar de alternatieven voor gesloten energiesystemen boven een kleilaag die op minder dan 80 m is gelegen.

Bodemenergie kan voorzien in een deel van de duurzame warmte. Vanuit de balans tussen beschermen (grondwater voor drinkwater) en benutten (bodemenergie) is het niet de bedoeling dat het belang van de drinkwaterwinning het belang van bodemenergie onnodig beperkt. Omdat doorboring van de beschermende kleilaag onomkeerbare gevolgen heeft, is de keuze gemaakt om de laag direct boven de grondwaterlaag waaruit drinkwater wordt gewonnen te beschermen. Tot aan deze laag is bodemenergie toegestaan, ook als sprake is van ondiepere kleilagen. De bedoeling is dat bij het ontwikkelen van de warmtevisies goed wordt gekeken naar alternatieven.

Op grond van het beleid voor de ondergrond uit 2013 is er een ladder voor de verschillende vormen van gebruik van de ondergrond. Het gebruik van grondwater voor drinkwater gaat voor grondwater voor beregening, bodemenergie of geothermie. De ladder is geschikt om verschillende vormen van gebruik van de ondergrond tegen elkaar af te wegen, maar voorkomt niet de aanleg van diepe bodemenergiesystemen. Met de nieuwe regels zorgen we voor bescherming van het grondwater.

Over Energiewerkplaats Brabant

De energiewerkplaats is een platform voor professionals betrokken bij de energietransitie in Noord-Brabant. Niet alleen op provinciaal niveau, maar ook op regionaal en lokaal niveau. Een platform om samen te werken, elkaar te vinden en van elkaar te leren.

 Volg ons op LinkedIn
 Inschrijven nieuwsbrief

 
Cookie-instellingen