Energiehub De Waterlaat: voorloper in energiesamenwerking op bedrijventerreinen

02-07-2026
163 keer bekeken 0 reacties

Ondanks het volle stroomnet creëerden 13 ondernemingen op bedrijventerrein De Waterlaat in Bergeijk tóch mogelijkheden om verder te groeien. In 2 samenwerkingsverbanden werken zij aan het lokaal energie opwekken, opslaan en slim aansturen. Met netbeheerder Enexis regelen ze de toegang tot het net.

Energiebesparing

Verduurzamen industrie/bedrijven

Energiesysteem

Energiehubs

Het idee is om voor de ondernemers ruimte te creëren om te groeien en verduurzamen door gezamenlijk te sturen op verbruik, pieken af te vangen met bijvoorbeeld batterijen en slim gebruik te maken van de bestaande netcapaciteit. Daarmee lopen zij voorop in een beweging die volgens de provincie nog flink gaat groeien. 

Om de totstandkoming van dit soort decentrale energiesystemen in Nederland te bevorderen, stelt het landelijk Stimuleringsprogramma Energiehubs (2024-2030) – geïnitieerd door voormalig minister van Klimaat en Energie Rob Jetten – 166 miljoen euro beschikbaar. Ook in Brabant krijgt dit vorm. Vanuit de provincie is Irene Lammers werkzaam als projectleider Energiehubs.   

De gedachte: het energiesysteem kan niet langer alleen centraal worden georganiseerd. Decentrale systemen zijn noodzakelijk om aan de energiebehoefte van economie en maatschappij te kunnen voldoen. 

Voor het ontwikkelen van deze decentrale energiesystemen is initiatief van en de samenwerking tussen ondernemers op bedrijventerreinen van doorslaggevend belang. Immers, het tekort aan transportcapaciteit op ons elektriciteitsnet wordt als eerste gevoeld door bedrijven die willen verduurzamen of willen ondernemen, maar daarin belemmerd worden door dit tekort. 

‘Een soort smartphone’ 

Lammers: “Net als een smartphone is een energiehub een basisplatform waarmee allerlei nieuwe dingen mogelijk worden. In het geval van een energiesamenwerking kun je als vervolgstappen bijvoorbeeld het initiatief nemen om gezamenlijk een laadplein, een warmtenet, een energiehandelsplatform of een windmolen aan de hub te koppelen. Die energiesamenwerking draagt hiermee bij aan de bredere provinciale ambities.” 

Inmiddels heeft Brabant achttien haalbaarheidsstudies naar energiehubs in de afrondende fase en twaalf nieuwe opgestart. De provincie telt momenteel ongeveer 60 energiehubinitiatieven, al moet nog uitgezocht worden hoe succesvol die kunnen zijn.  

Van idee naar werkende hub 

De Waterlaat in Bergeijk is ontstaan vanuit de regio zelf. Al in 2017 bleek uit onderzoek van Enexis dat het hoog- en middenspanningsstation in Bergeijk tegen zijn grenzen aanliep. Bedrijven konden niet meer groeien en teruglevering van zonnestroom en windenergie werd geblokkeerd. Het Kempisch Ondernemers Platform (KOP) nam vervolgens het heft in eigen hand. 

Jan Rietdijk, aanjager vanuit KOP, beschrijft hoe het begon: uit gedetailleerde metingen bleek dat de pieken van verschillende bedrijven nauwelijks samenvielen. Een proef met een batterij bij één bedrijf bewees dat gezamenlijke sturing werkte.  

Rietdijk: “We hebben aangetoond dat, wanneer je die pieken collectief opvangt, je als groep onder je gezamenlijke limiet blijft. En dat individuele bedrijven zo toch ruimte krijgen om te groeien.” 

Inmiddels werken dertien bedrijven samen in twee clusters. Per cluster is een coöperatie opgericht waarin de bedrijven zelf beslissen over investeringen, kostenverrekening en groeiplannen. KOP faciliteert, maar de verantwoordelijkheid ligt bij de ondernemers. 

Jan Rietdijk - Project Manager Energietransitie (KOP) 

Hoe de hub technisch werkt 

Concreet levert deelname directe groeiruimte op. Rietdijk noemt het voorbeeld van een bedrijf dat al meer stroom verbruikte dan zijn toegestane capaciteit: “Nu kan het de komende tijd 50 procent groeien, door deel te nemen aan de hub en gezamenlijk de capaciteit te delen.” Voor alle deelnemers zijn driejarige groeiplannen opgesteld; alle voorziene pieken passen binnen de gezamenlijke grenzen. 

De kern is een energiemanagementsysteem (EMS) dat sinds 2025 op secondebasis het verbruik van alle aangesloten bedrijven monitort en bijstuurt. Stijgt het gezamenlijke verbruik richting de afgesproken limiet, dan schakelt het systeem batterijen in, stuurt laadpalen aan of beperkt de productie van zonnepanelen wanneer nodig. 

Eén bedrijf was lange tijd afhankelijk van een dieselaggregaat dat duizend liter per week verbruikte, omdat het geen toereikende netaansluiting kon krijgen. Dankzij de hub kon die generator weg. Rietdijk: “Als de ruimte op het net er zit en je een groot deel van je elektriciteit zelf op kunt wekken en duurzaam kunt gebruiken, is het gewoon verstandig om dat in een hub te doen.” 

GTO: de juridische pijler 

Belangrijk is het onderscheid tussen een energiehub en een groepstransportovereenkomst. Zo’n GTO is een juridisch contract met de netbeheerder over hoe een groep bedrijven het beschikbare transportvermogen verdeelt. Een energiehub is het bredere geheel: de fysieke en organisatorische samenwerking waarbinnen bedrijven lokaal energie opwekken, opslaan en slim aansturen. De GTO regelt de toegang tot het net; de hub regelt hoe partijen onderling energie organiseren. 

Berend Kluiters, strategisch relatiemanager voor GTO’s bij Enexis, legt uit wat er verandert: individuele bedrijven behouden hun aansluitovereenkomst, maar het transportgedeelte wordt op groepsniveau geregeld. Enexis levert de nettopologie – wie kan technisch met wie samenwerken – en toetst de verbruiksprofielen op het net. “Je gaat de op ons net gereserveerde vermogens beter benutten”, vat hij samen. 

Kluiters benadrukt dat een GTO de netcongestie niet volledig oplost, maar wel verlicht. “Door opwek en afname binnen de groep beter op elkaar af te stemmen, komt er capaciteit beschikbaar om onderling te verdelen." De data die Enexis nu gaat verzamelen bij de eerste getekende GTO’s, moeten uitwijzen wat de werkelijke impact op het net is. 

Berend Kluiters - Relatiemanager (Enexis)

Pionieren vraagt doorzettingsvermogen 

Het traject van De Waterlaat duurde bijna vijf jaar en was allesbehalve rechtlijnig. Wetgeving veranderde, technische eisen werden aangescherpt en verzekeringsvraagstukken moesten worden opgelost. Niet alle bedrijven bleven aan boord. Jan Rietdijk: “De grootste uitdaging was om de bedrijven aangehaakt te houden met alle wisselingen.” 

Een energiehub is bepaald geen statisch geheel, benadrukt Rietdijk van KOP. “Je moet het zien als een actieve samenwerkingsvorm, waarbij je continu met bedrijven moet blijven praten.” Kluiters van Enexis vult aan dat goede afstemming cruciaal is: “Het bedrijfsleven wil weten hoe het kan uitbreiden en verduurzamen. Wij willen weten wat we als netbeheerder kunnen verwachten en niet dat de groep de congestie juist verergert in plaats van verlicht." 

Uitrol binnen de Kempen 

De belangrijkste les? Rietdijk vat het bondig samen: “Praat met elkaar, zet toekomstplannen en problemen op een rijtje en zoek oplossingen samen. Het belangrijkste is dat bedrijven elkaar vertrouwen en een modus van samenwerking kunnen vinden.” KOP rolt de aanpak inmiddels uit naar bedrijventerreinen in Bladel, Reusel, Hapert en Valkenswaard.  

Provinciaal projectleider Lammers ziet De Waterlaat als voorbeeld voor heel Brabant: “De ondernemers willen echt graag hun kennis delen. Dat is heel fijn om te zien.” 
 
Wel moet er nog flink wat werk worden verzet. Ze somt op: nieuwe typen contracten ontwikkelen, zoals bijvoorbeeld tussen grote en kleine verbruikers of tussen bedrijventerreinen en woonwijken. Er moeten businesscases worden gemaakt, energiemanagementsystemen worden aangeschaft, batterijen worden geplaatst en beheerorganisaties worden ingericht. “Energiehubs realiseren is echt een zaak van de lange adem!” 

Meer informatie over het starten van een energiehub is hier te vinden.  

Afbeeldingen

Cookie-instellingen