Submenu

Duurzame energiemix met zon, wind en … kernenergie

31-03-2021 216 keer bekeken 0 reacties

Provincie Noord-Brabant wil ruimtebesparend en leveringszeker systeem.

Om de klimaatdoelstellingen in 2050 te halen, zet de provincie Noord-Brabant naast zonne- en windenergie nu ook in op kernenergie. Gedeputeerde Staten (GS) lieten TNO en NRG onderzoeken of dit een reële optie is. Conclusie is volgens TNO-onderzoeker Martin Scheepers dat het kan, maar pas na 2030 en er moet ook goed naar de kosten worden gekeken. Voor de Brabantse gedeputeerde Eric de Bie (Energie) is het nu zaak om vanuit de provincie in actie te komen.

In navolging van het Klimaatakkoord van Parijs formuleerde de provincie Noord-Brabant ambitieuze doelstellingen: 50 procent duurzame energieopwekking in 2030 en 100 procent in 2050. Om dit te bereiken, leken aanvankelijk vooral zonne- en windenergie in beeld. Maar het beslag dat windmolenparken en zonnevelden leggen op de ruimte, ‘die ook in onze provincie beperkt is’, baart de Brabantse gedeputeerde Eric de Bie zorgen: “Daarbij is een volledig weersafhankelijk systeem ook kwetsbaar. Die kwetsbaarheid kun je enorm beïnvloeden met de inpassing van een leveringszekere energiebron.”

Dat is kernenergie volgens hem. Hij beschouwt die tevens als duurzaam: “Het levert geen uitstoot van CO2, stikstof of fijnstof op.” Het provinciebestuur houdt er rekening mee dat de toevoeging van kernenergie aan de energiemix hard nodig is om ook het laatste stukje naar ‘100 procent in 2050’ te volbrengen. Deze optie is daarom opgenomen in het provinciale Bestuursakkoord 2020-2023 en in de Uitvoeringsagenda Energie 2021­-2023 die GS heeft vastgesteld.

Voor 2030 geen kerncentrale

Voor 2030 staat er sowieso geen kerncentrale in Brabant. Die conclusie wordt getrokken in een rapport dat TNO (organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek) samen met NRG (Nuclear Research & consultancy Group) opstelde. Op verzoek van de provincie brachten zij in kaart welke rol kernenergie kan spelen in de energietransitie van Noord-Brabant.

Het rapport wijst uit dat het minimaal elf jaar duurt om een gangbare, watergekoelde kerncentrale (een zogeheten generatie 3) in gebruik te kunnen nemen. En als dit dan toch niet van vandaag op morgen te regelen is, kan ook worden gewacht op de ontwikkeling van generatie 4-kerncentrales. Zoals de gesmolten zoutreactor, die thorium in plaats van uranium als brandstof gebruikt. Voor de ontwikkeling daarvan is een testfase van zeker twintig jaar nodig.

De verwachting is dat deze nieuwe generatie kerncentrales veiliger zal zijn. “Een oververhitting zoals die in de huidige reactoren kan plaatsvinden, kan daarin niet”, stelt Martin Scheepers, bij TNO senior onderzoeker energietransitie. Ook is het geproduceerde kernafval volgens hem minder lang radioactief: “Je praat dan in termen van 100 tot 1000 jaar maar niet meer van 100.000 jaar, zoals bij het uraniumafval uit de huidige kerncentrales.” Gedeputeerde De Bie denkt mede daarom dat deze afvalstroom goed te beheersen is.

Kerncentrale duurder

Volgens het TNO-rapport is het directe ruimtegebruik voor een kerncentrale 100 tot 1000 maal kleiner in vergelijking met zonneparken. Daarbij brengt Scheepers wel een nuance aan: “Het wordt al een ander verhaal wanneer je die zonnepanelen op een gebouw plaatst.” En windturbines moeten dan weliswaar op afstand van elkaar staan, eromheen is wel plek voor landbouw. Hij wijst bovendien op het kostenaspect: de ontwikkeling, bouw en exploitatie van een kerncentrale zijn duurder dan de toepassing van windmolens en zonnevelden.

“We hebben daar op diverse manieren naar gekeken, maar dit blijft een terugkerend probleem. Met de vierde generatie kerncentrales heb je wel voordelen op het gebied van veiligheid en afval, maar die vertalen zich nog niet meteen in kostenvoordelen.” Omdat het hier om de lange termijn gaat, is er in de ogen van de TNO-onderzoeker wel een verrassing mogelijk. “Toen het 25 jaar geleden over zonne-energie ging, was dat een dure optie. Nu is het al een van de goedkopere.” Een manier om de zogeheten rentabiliteit van kernenergie te verbeteren, is volgens Scheepers om die behalve voor stroom ook in te zetten voor de productie van bijvoorbeeld waterstof of warmte voor de industrie.

Financiële steun en participatie

Gedeputeerde De Bie is zich bewust van het kostenplaatje. Om kernenergie op termijn in de beoogde energiemix in te brengen, is financiële steun en participatie van de overheid nodig. “Dat kan door een investeringssubsidie te geven, of door een gegarandeerde afname van elektriciteit tegen een bepaalde prijs”, geeft hij aan. Een alternatief is om kernenergie over de grens in te kopen. Omdat buitenlandse kerncentrales daardoor echter niet meer stroom zullen produceren, levert dit geen bijdrage aan de klimaatdoelstellingen.

Bij participatie heeft De Bie een samenwerking voor ogen met partijen die thuis zijn op het gebied van kernenergie. Voor deze ‘Duurzame Coalitie Kernenergie Brabant’ zijn overheden, ondernemers en kennisinstellingen uit Brabant, Zeeland, Limburg en Vlaanderen in beeld. “Het zou namelijk jammer zijn als we de kennis in de nabijheid negeren vanwege een geografische grens”, vindt de gedeputeerde. Het is de bedoeling dat deze coalitie al dit najaar wordt gevormd.

Tijd is rijp

De Bie wil namelijk het momentum aangrijpen. De tijd lijkt volgens hem rijp om het in Nederland weer over kernenergie te hebben, nadat de ontwikkeling ervan ‘de afgelopen jaren relatief heeft stilgelegen’: “Het Rijk lijkt die kant op te bewegen, maatschappelijk zien we dergelijke tendensen.” Is Brabant dan ook al in beeld voor een kerncentrale? “In beginsel is die hier welkom. Maar uiteindelijk beslist het Rijk. Dat heeft inmiddels Eemshaven, Maasvlakte en Borssele als mogelijke locaties aangewezen.” Brabant zal zich daarom aansluiten bij een landelijk en wellicht internationaal consortium rond kernenergie.

De provincie volgt daarmee de aanbeveling van TNO op. Volgens onderzoeker Scheepers ligt er in Nederland een goede basis voor de productie van kernenergie. “We hebben partijen die componenten kunnen aanleveren voor een kerncentrale. Met de TU’s in Eindhoven en Delft en met NRG en DIFFER zijn er kennisinstellingen waar nucleaire technologie wordt ontwikkeld. Nederland zou een sterke rol kunnen spelen in de experimentele fase. Rond thorium zijn er bij de reactor in Petten al experimenten uitgevoerd.”

Niet onomkeerbaar

Wat de gedeputeerde betreft is er geen tijd te verliezen. Hij wil over het thema kernenergie een breed maatschappelijk debat, allereerst met Provinciale Staten. “Wij willen nu in actie komen, de provincie in positie brengen en tijd winnen. In de hoop dat we na 2030 definitieve keuzes kunnen maken. Maar”, verzekert De Bie, “er wordt nu géén onomkeerbaar proces in gang gezet.”

Tekst door Tim Durlinger

Over Energiewerkplaats Brabant

De energiewerkplaats is een platform voor professionals betrokken bij de energietransitie in Noord-Brabant. Niet alleen op provinciaal niveau, maar ook op regionaal en lokaal niveau. Een platform om samen te werken, elkaar te vinden en van elkaar te leren.

 Volg ons op LinkedIn
 Inschrijven nieuwsbrief

 
Cookie-instellingen